Betaïne HCl

Omschrijving

Betaïne HCL is een zeer belangrijk element bij de vertering in de maag, specifiek de productie van HCL. Maagzuurproductie is afhankelijk van een goede afgifte van het hormoon gastrine. Gastrine wordt geproduceerd door de mucosacellen in het distale niet-zure gedeelte van de maag. Gastrine activeert de productie van HCL, de afgifte van pepsine en de intrinsieke factor, stimuleert de enzymafgifte door de pancreas en doet de galstroom van de lever toenemen. De intrinsieke factor is een eiwit dat nodig is om vitamine B12 te binden zodat het in de dunne darm opgenomen kan worden. Onvoldoende productie van de intrinsieke factor leidt tot een deficiëntie van vitamine B12.

Uit verschillende studies blijkt dat maagzweren niet ontstaan door een teveel aan HCL maar eerder door een HCL-tekort. De zuurtegraad of pH van de maag hoort tussen 1,5 en 2,5 te zijn. Dit sterk zure milieu is nodig voor de activatie van pepsinogeen tot pepsine, een enzym dat nodig is voor de eiwitvertering. Pepsine voorkomt tevens de koolhydraatfermentatie. Een tekort aan HCL leidt tot vorming van melkzuur, pyrodruivenzuur en zwavelverbindingen; stoffen die een brandend gevoel in de maag veroorzaken. Het is dan ook zeer logisch dat maagzuurremmers hier niet het gepaste antwoord bieden. Genezing van de maag kan alleen door de vicieuze cirkel te doorbreken en middelen aan de maag te geven die de HCL-productie verhogen.

Interacties

Interacties met natuurlijke en/of reguliere medicijnen zijn mogelijk.

Referentie
  1. Konturek PC, Bielanski W, Konturek SJ, et al. Helicobacter Pylori associated gastric pathology. J Physiol Pharmacol 1999;50(5):695-710.
  2. Levenstein S. Peptic ulcer at the end of the 20th century: biological and psychological risk factors. Can J Gastroenterol 1999;13(9):753-9.
  3. Knapp MJ,  Berardi RR, Dressman JB, et al. Modification of gastric pH with oral glutamic acid hydrochloride. Clin. Pharm. 1991 Nov; 10(11):866-9.