Visolie

Omschrijving

Vooral de laatste 50 jaar is de samenstelling van de voeding aanzienlijk veranderd en is ze minder evenwichtig geworden. Er is daarom een verhoogde behoefte aan aanvulling met een gebalanceerde combinatie van vetzuren. Dierlijke voeding is rijk aan linolzuur (LA) en arachidonzuur (AA), precursors van pro-inflammatoire eicosanoïden. De verschillende wetenschappelijke onderzoeken bevestigen de 
gezondheidsbevorderende eigenschappen van de essentiële vetzuren, zoals eicosapentaeenzuur (EPA), docosahexaeenzuur (DHA), alfa-linoleenzuur (ALA) en gamma-linoleenzuur (GLA). Ze beïnvloeden voornamelijk het eicosanoïdenmetabolisme. Eicosanoïden, zoals prostaglandines, tromboxanen, leukotriënen e.a. zijn biologisch zeer actieve stoffen die een belangrijke rol spelen bij de fysiologie en pathofysiologie van veel klinische aandoeningen, zoals depressiviteit, hart- en vaatziekten, hypertensie, diabetes, andere inflammatoire en auto-immuunaandoeningen, veel spier- en gewrichtsaandoeningen en tal van andere biochemische reacties. Deze eicosanoïden maken het verschil tussen regeneratie of degeneratie. 

Studies

De werking van visolie strekt zich verder dan louter een voedingsmiddel, de omega-3-vetzuren EPA en DHA hebben hun dienst als biologisch actieve stof voor medicinaal gebruik bewezen. 

Meervoudige essentiële vetzuren (PUFA’s) verminderen ontsteking door enerzijds vorming van de zogenaamde SQSTM1/p62-lichamen-eiwitten in macrofagen die de autofagische receptor SQSTM1 bevatten. Anderzijds door activering van Nucleaire factor erythroid 2-related factor 2 of kortweg Nrf2, een transcriptiefactor die bij mensen wordt gecodeerd door het NFE2L2-gen. Dit eiwit reguleert de expressie van antioxidatieve eiwitten die beschermen tegen oxidatieve schade.

DHA bevordert door vorming van deze SQSTM1/p62-lichamen autofagie, het opruimen van intracellulaire resten door lysosomale afbraak. Autofagie is belangrijk in het handhaven van cellulaire homeostase en het elimineren van pathogenen. Maar autofagie verwijdert ook geactiveerde inflammasomen of eiwitclusters, gevormd in cellen als gevolg van veroudering en oxidatieve stress. Beschadigde organellen worden dan afgezonderd door een dubbel membraan. De inhoud wordt vervolgens afgebroken na fusie met een lysosoom. Je kan stellen dat het evenwicht tussen pro- en anti-ontstekingsprocessen wordt gecoördineerd door macrofagen en macroautofagie door lysosomen. Als reactie op meervoudig onverzadigde vetzuren kunnen macrofagen pro-inflammatoire signalering dempen. PUFA’s bewerkstelligen een veranderde membraanlipidensamenstelling en de synthese van anti-ontstekings eicosanoïden. Ook leiden PUFA's naar verminderde activiteit van het nuclear factor kappa B (NF-κB), een DNA-transcriptiefactor die een rol speelt in de immuunrespons op infecties.
Een recente (humane) studie suggereert dat SQSTM1/p-62, aangestuurd door PUFA’s, werkt als een tumoronderdrukkend eiwit, dat in staat is om de NF KB-route positief te moduleren. Dat laatste is belangrijk in het voorkomen van bijvoorbeeld kanker en auto-immuunziekten. Onderzoek stelde vast dat SQSTM1 / p62-lichamen vooral gevormd worden onder invloed van het omega-3-vetzuur docosahexaeenzuur (DHA).

Tevens is het belangrijk is dat de pro-inflammatoire genen waaronder CXCL10 (C-X-C-motief chemokine-ligand 10) door PUFA's worden verlaagd. Inflammatie is cruciaal in de verdediging tegen infecties, maar moet strak worden gecontroleerd om chronische inflammatie tot een minimum te beperken. Verlaagde CXCL10-serumspiegels bleken gerelateerd aan een verbeterde klinische uitkomst bij harttransplantatiepatiënten. Maar ook patiënten met hart- en vaatziekten, ontstekingsziekten, microbiële pathologiëen en de ziekte van Alzheimer hebben verhoogde CXCL10-spiegels als gevolg van aanhoudende inflammatie. CXCL10 is bijgevolg een goede marker voor de anti-ontstekingseffecten bewerkstelligd door PUFA’s. De effecten van PUFA's op interferon-signalering (CXCL10) laten hiermee zien hoe essentiële vetzuren het risico op ontsteking- en degeneratieziekten kunnen moduleren.

Als je het autofagieproces wilt ondersteunen, dan heb je dagelijks voldoende essentiële vetzuren nodig. Tevens zijn mineralen en vitamines zoals magnesium, zink, vitamine C, B6 (pyridoxaal-5-fosfaat) en B3 (niacine) nodig. Deze fungeren als cofactoren voor de omzetting van alfa-linoleenzuur (ALA) naar EPA en DHA. Voldoende antioxidanten zijn nodig om lipidperoxidatie van essentiële vetzuren in de celmembranen tegen te gaan. Onder meer vitamine E, vitamine C, co-enzym Q10 en alfaliponzuur gaan het ranzig  worden van de celmembranen door oxidatie tegen.

Interacties

Vetzuren zijn veilig tot hoge doseringen en interacties met medicijnen zijn zeer zeldzaam. Heel hoge doseringen van omega-3-vetzuren kunnen een klinisch significant anticoagulatie effect hebben en moeten dus voorzichtig worden ingezet bij patiënten die anticoagulantia gebruiken.

Referentie

Mildenberger J, Johansson I, Sergin I, et al. N-3 PUFAs induce inflammatory tolerance by formation of KEAP1-containing SQSTM1/p62bodies and activation of NFE2L2. Autophagie. Aug 2017.